InFinance – 22 september 2014

 

Klanten met een woekerpolis maken nog steeds aanspraak op een kostenvergoeding bij de verzekeraar. Zeker gezien de ontwikkelingen die momenteel spelen bij het Europese Hof. Adviseurs moeten dus in actie komen.

In Nederland zijn zo’n zeven miljoen beleggingsverzekeringen verkocht waarvan wordt vermoed dat het woekerpolissen zijn. Het is dus niet zo gek dat het aantal juridische zaken tegen verzekeraars tot op de dag van vandaag voortduurt, ondanks de compensatieregelingen die de maatschappijen zelf al aanbieden. Onlangs werd voor het Europese Hof een mogelijk belangrijke doorbraak bereikt in een rechtszaak tegen Nationale-Nederlanden (NN). De uitkomst van deze rechtszaak (eind dit jaar) zal veel duidelijk maken over de verantwoordelijkheid van verzekeraars bij beleggingsverzekeringen. De eerste voortekens zien er niet bepaald gunstig uit voor de maatschappijen…

Wat betekent dit voor financieel adviseurs met klanten met een beleggingsverzekering? Voor het antwoord op deze vraag gaat InFinance een gesprek aan met een van de personen die bij de voorgenoemde rechtszaak is betrokken: Dries Beljon. Hij is initiatiefnemer van de website Woekerpolis-Advocaat.nl en heeft ruime ervaring in het procederen tegen bank- en verzekeringsinstellingen. “Op basis van zijn zorgplicht moet de adviseur in actie komen.”

Maatwerk
Het advocatenkantoor van Beljon en zijn compagnons is gehuisvest in een karakteristiek grachtenpand in Amsterdam. Binnen pleit de advocaat allereerst voor het belang van maatwerk in het woekerpolisdossier.

Er bestaan inmiddels veel verschillende claimstichtingen die juridische procedures startten voor grote groepen gedupeerde woekerpolishouders tegelijk. Zoals bijvoorbeeld Stichting Koersplandewegkwijt die bij Aegon een oplossing forceerde voor de beleggingsverzekering Koersplan. Ook eerder gemaakte compensatieregelingen, bijvoorbeeld de Wabeke-norm, gingen uit van een algemene beoordeling.

Beljon stelt echter dat gedupeerden het beste af zijn met maatwerk. “Er bestaan verschillende soorten en typen beleggingsverzekeringen, met elk hun eigen kenmerken, bijvoorbeeld in welke mate er wordt belegd in obligaties of in staatsleningen. Nationale-Nederlanden verkocht zo’n 500.000 beleggings-/levensverzekeringen van één type: Flexibel Verzekerd Beleggen. Maar ook in dit product zie je veel onderlinge verschillen. Het feit dat iemand een hoge of lage inleg heeft gedaan, zorgt ervoor dat de kosten over het product hoger of lager kunnen uitvallen. En dan heb ik het nog niet eens over de persoonlijke situatie van de consument en de handelswijze van de tussenpersoon, verzekeraar en/of bank toen het product is verkocht. Al deze facetten zijn van belang en moeten worden uitgezocht om de precieze hoogte te bepalen van een eventuele compensatie.”

Uit de case tegen NN die Beljon begeleidt, blijkt bijvoorbeeld dat door de verzekeraar maar liefst 60% van de inleg is ingehouden als kosten. Dat gaat om duizenden euro’s. “In dit geval had onze cliënt Flexibel Verzekerd Beleggen gekoppeld aan zijn hypotheek, met de bedoeling om na dertig jaar (grotendeels) tot aflossing te komen. Dat was wellicht geen probleem geweest als de beurs niet in elkaar was gezakt. Nu zal hij dat doel dus nooit halen. Omdat Nationale-Nederlanden een compensatie afwees, stapte de cliënt in 2008 naar ons kantoor. Wij doen voor de rechter onder meer een beroep op dwaling, omdat de verzekeraar vooraf geen, althans volstrekt onvoldoende, inzicht heeft gegeven in de kosten. Als mijn cliënt vooraf had geweten welke kosten er al gelijk naar de tussenpersoon en de verzekeraar waren gegaan, had hij wel een ander product afgesloten. Wij eisen in dit soort situaties dan ook de gehele inleg terug.”

Belangrijk advies
Waarom ligt deze zaak nu bij de Europese rechter? Beljon: “In Nederland kunnen we na verschillende rechtszaken inmiddels al algemene conclusies trekken over hoe de Nederlandse rechter denkt over de verantwoordelijkheid van verzekeraars in het woekerpolisdossier. De Nederlandse rechtbanken zijn over het algemeen van oordeel dat verzekeraars in het kader van de zorgplicht meer inzicht hadden moeten verschaffen in de kosten bij beleggingsverzekeringen. De vraag is wel: hoever moet dit gaan? En werpt de Europese wetgeving geen drempel op? NN en andere verzekeraars stellen zich namelijk op het standpunt dat de Nederlandse rechters in dit soort zaken helemaal geen open normen mogen toepassen én dus te ver doorschieten.”

Om hierover meer duidelijkheid te verschaffen is de case, op verzoek van NN, inmiddels bij het Europese Hof beland. De zaak ging in de eerste instantie over de vraag of de verzekeraar op grond van de open normen (zorgplicht en dergelijke) méér informatie had moeten geven. Afgelopen juni deed zich een belangrijke ontwikkeling voor. De adviseur van het Europese hof, de advocaat-generaal, kwam feitelijk niet toe aan de open normen en richtte zich met name op de Europese wetgeving.

Dries Beljon: “Volgens haar is een verzekeraar volgens het Europese recht sowieso verplicht alle noodzakelijke informatie geven aan zijn klant. De advocaat-generaal concludeert dat de consument op basis van duidelijke en precieze informatie een geïnformeerde beslissing moet kunnen nemen om zo te kunnen concluderen welk product het beste bij hem past. Dit inzicht moet vóóraf worden gegeven door het benoemen van kosten, percentages of andere specifieke details waaruit blijkt welke kosten het resultaat beïnvloeden. Dat gaat veel verder dan wat verzekeraars al deden.”

De uiteindelijke uitspraak volgt eind dit jaar, maar het Europese Hof neemt in 80% van de gevallen het advies van de advocaat-generaal over. Als het vonnis in lijn is met de conclusie dat verzekeraars vooraf precies hadden moeten zeggen welk deel van de inleg werkelijk belegd wordt, betekent dat een enorme draai in alle lopende claimzaken. Dan is het in de meeste gevallen niet meer de vraag of er een schadevergoeding komt, maar hoe hoog die moet zijn.

Wat dit zou betekenen voor de beleggingspolishouders van Nationale-Nederlanden, kan Beljon nog niet zeggen. “Zoals ik al zei: elke zaak heeft weer andere individuele kenmerken en zal weer een andere compensatie opleveren. Ik heb in de media horen roepen dat dit NN 3,5 miljard euro zou kosten. Dat bedrag lijkt me echt uit de lucht gegrepen.”

Intermediair
Wat betekent dit allemaal voor de tussenpersoon die de producten hebben geadviseerd? De voornoemde rechtszaken gaan over verzekeraars; het intermediair staat – een uitzondering daargelaten – vooralsnog niet in het verdachtenbankje. De vraag is natuurlijk ook hoeveel tussenpersonen wisten van deze ‘woekerpolissen’ toen zij deze adviseerden.

“Dat verschilde denk ik per situatie”, stelt Beljon. “Veel adviseurs zullen niet van de hoed en de rand hebben geweten, maar ze zijn wél voor het advies betaald en dus rust er nu een zorgplicht op hen. In het minste geval zul je je klanten moeten wijzen op het feit dat het door jou geadviseerde product niet voldoet aan de verwachtingen én op de mogelijkheden die er zijn om iets te doen aan deze situatie. Adviseurs die dit nalaten, lopen het risico dat ze in het ongelijk worden gesteld door de rechter indien de gedupeerde klant hen aansprakelijk stelt.”

In dat kader is er alle reden voor adviseurs om actief met hun klanten in contact te blijven. Dries Beljon raadt adviseurs sowieso aan te onderzoek of het beleggingsproduct van hun klanten nog voldoet aan de uiteindelijke doelstelling, óók na een compensatie van de verzekeraar. Zo niet, dan zal de adviseur een ander product moeten adviseren. (red.: de financieel adviseur is overigens al verplicht tot kosteloos hersteladvies indien hij destijds betrokken is geweest bij de advisering van de beleggingsverzekering)

Juridische procedure
Adviseurs zouden wat Beljon betreft ook de uitspraak van de NN-case in de gaten moeten houden die aan het einde van dit jaar volgt. Zij zouden hun klanten vervolgens (opnieuw) moeten attenderen op de mogelijkheden van een juridische procedure tegen de verzekeraar.

“Ik ben ervan overtuigd dat dit nu vaak nog niet te laat is, óók als een klant tot nog toe zijn kop in het zand heeft gestoken. Als je het aan verzekeraars vraagt, zullen zij wijzen op de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar, maar gezien alle onduidelijkheid voor consumenten in de afgelopen jaren zal de rechter daar denk ik wel doorheen prikken. Overigens verwacht ik na de uitspraak in de NN-zaak het afgelopen zal zijn met de onduidelijkheid. Dus wie te lang wacht zich te melden, zal daadwerkelijk kunnen fluiten naar een eventuele compensatie. De verjaringstermijn lijkt in ieder geval te zijn gaan lopen op het moment van ontvangst van een compensatievoorstel.”

Consumenten doen er volgens Beljon goed aan te beseffen dat een verzekeraar een lange adem heeft. “Procederen om je gelijk te halen, kan dan wel jaren duren. Heb je als consument die lange adem niet, dan kunt je vaak beter schikken met een maatschappij. Maar dát lukt vaak alleen als je de druk allereerst opvoert met een juridische procedure.”

Momenteel lopen nog honderden woekerpolisgerelateerde rechtszaken. Het kan wel tien jaar duren voordat het laatste woord hierover gezegd is.